Astaxantihine = Is de rode kleurstof die garnalen en flamingo's rozerood kleurt.

Antioxidant = Antioxidanten, zijn belangrijke stoffen voor een gezonde stofwisseling van het lichaam, en zijn dan ook in alle cellen aan te treffen. 

Biergist = Is een schimmel waarvan de cellen worden samengeperst en gedroogd. Het is een rijke bron van chroom, In biergist zitten vitaminen van het B - complex, die het lichaam gebruikt bij de reacties die energie uit voedsel vrijmaken. Daarnaast bevat biergist veel andere vitaminen en mineralen en ook alle essentiële aminozuren - de bouwstenen van eiwitten - die het lichaam nodig heeft.

Biotine = Wordt ook met vitamine H of vitamine B8 aangeduid.

Calcium = Het mineraal calcium (kalk) geeft stevigheid aan het skelet Ook is calcium nodig voor het goed functioneren van de spieren en voor het geleiden van prikkels naar de zenuwen. Calcium is verder onder andere betrokken bij de bloedstolling, de celgroei en de hormoonstofwisseling.

Choline = Is nodig voor het verteren van vet.

Eiwit = Eiwitten (proteïne) zijn de bouwstenen van het lichaam. Er zijn veel verschillende soorten eiwitten die elk hun eigen functie hebben. 

Carotenoiden = Omvatten een omvangrijke groep van gele tot roodachtige kleurstoffen.

Calciumjodaat = Een oxidatiemiddel.

D - Pantotheenzuur = Vitamine B5.

Foliumzuur = Vitamine uit het vitamine B-complex, dat soms nog de oude benaming vitamine B11.

Fosfor = Geeft stevigheid aan het skelet.

Glutacine = Aminozuren.

Gemalen inktvis = Sepiameel (kalk).

Vet = Ruwe oliën en vetten zorgen voor een groot deel van de energie die de Koi nodig heeft. Als er onvoldoende vetten in een voer aanwezig zijn, kan dit in hart en leverproblemen resulteren.

Gist = Meestal aangeduid als Torula gist, wordt op grote schaal gebruikt als smaakstof in verwerkte voedingsmiddelen en voer voor huisdieren.

Hemathococcus = Een eencellige alg die zeer lichtverteerbaar is, met vergelijkbare effecten als in Spirulina algen.

Koolhydraten = Ook wel suiker, saccharide of sacharide genoemd. Koolhydraten is een Verzamelnaam voor zetmeel en suikers.

Krill = Is een soort van garnaal - achtige schaaldiertje, Krill komen in alle oceanen van de wereld voor

Lactoferrine = Is een eiwit in medische en klinische voeding dat infecties tegengaat

Lysine = Aminozuur.

l-ascorbinezuur = (Gestabiliseerd vitamine C natuurlijk anti-oxidant).

2-polyfosfaat = Verdikkingsmiddelen en emulgatoren.

Maïs = Bestaat uit koolhydraten, suiker, olien,en bevat kleurstof.

Magnesiumcarbonaat = Is betrokken bij het vrijmaken van energie uit de voeding, en het goed functioneren van het zenuwstelsel en de spieren.

Mangaan sulfaat = Is een spoorelement. Zorgt voor een gezond functionerend zenuwstelsel. Nodig voor de stofwisseling van glucose.

Mineralen = Ongeveer 12% van het water bestaat uit mineralen. Mineralen hebben verschillende functies. Zij bevorderen onder andere de opbouw van het skelet, de osmoseregulatie, de opbouw van de zenuwen en het in stand houden van de gaswisseling in het bloed. De meeste mineralen worden opgenomen uit het water. 

Montmorillonite klei = Is opgebouwd uit 16 noodzakelijke mineralen zoals o.a. assilicazuur, aluminium, calcium, magnesium en sodium.

Probioticum = Een probioticum is een levend microbiologisch voedingssupplement, dat de gezondheid van de gastheer bevordert.

Prebioticum = Zijn niet verteerbare levensmiddeleningrediënte n, die selectief de groei en/of de activiteit van één of meerdere soorten bacteriën in de dikke darm stimuleren, en daardoor de gezondheid van de gastheer bevorderen.

Premix = Vaak een kant en klare mix van Mineralen, spoorelementen en vitaminen.

Paprika = Word gebruikt als kleurstof.

Ruw eiwit = Voor de bepaling van het (ruw) eiwitgehalte gaat men er van uit dat eiwitten gemiddeld 60% stikstof bevatten. Door bepaling van het stikstofgehalte van het voer kan men vervolgens het (ruw) eiwitgehalte berekenen door vermenigvuldiging met de factor 6.25.

Ruwe vezel = Ruwe vezel is een klein percentage onverteerbare stof in de voeding die zorgt voor een goede darmwerking.

Ruwe celstof = Is afkomstig van de celwand van plantaardig materiaal.

Ruwe proteïnen = Proteïnen of eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren.

Ruwe vetten = Het gehalte aan ruw vet wordt bepaald door extractie van het voer met ether. Het vet lost hierin op. Door de ether daarna (door destillatie) te verwijderen, kan het gehalte aan vet worden bepaald. Vetten zijn o.a. nodig om de vetoplosbare vitaminen, zoals A, D, E en K, op te nemen.

Ruwe as = Het gehalte aan anorganische stoffen (as) wordt bepaald door het gedroogde produkt in een moffeloven te verbranden.
Hierin worden de organische stoffen (koolstof - verbindingen) verbrand. De anorganische stoffen (zand en mineralen) blijven over.

Selenium = Antioxidant. Antioxidanten worden toegevoegd aan levensmiddelen om de oxidatie door zuurstof uit de lucht tegen te gaan.

Spirulina = Spirulina is een oeroude soort minuscule blauwgroene algen, bevat kleurversterkende stoffen.

Sojaboonmeel = Door ontvette soja een voorbehandeling te geven (verhitting en ethanolextractie), wordt een meer geschikte eiwitbron voor gebruik in veevoeders verkregen

Sporenelementen = Zijn mineralen die nodig zijn in geringe hoeveelheden.

Tarwekiemen = Zijn de kern van de tarwekorrel. Bio tarwekiemen bevatten veel chroom.(wheat germ)

Tarwebloem = Het fijngemalen meel van de tarwe, wordt tarwebloem genoemd.

Tarwezemelen = Zijn de vezelrijke vliesjes, die worden verkregen bij de vermaling van aestivumtarwe tot bloem bezit heel veel voedingsvezels, koolhydraten, eiwitten, vetten en suikers.

Tryptofaan = Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten en spierweefsel.

Vitamine A = retinol, een vet - oplosbare vitamine, is betrokken bij de weerstand. Het wordt daarom ook wel de anti - infectie vitamine genoemd.

Vitamine B1 = Thiamine, haalt energie uit de koolhydraten.

Vitamine B2 = Riboflavine, is de stressvitamine. Vitamine B2 zorgt ervoor dat de Koi overgangssituaties, bijvoorbeeld stress door transport, beter aankan. Vitamine B2 is ook belangrijk voor de opbouw van de spieren en de slijmhuid.

Vitamine B6 = pyridoxine, B-vitamines zijn wateroplosbare vitamines. Vitamine B6 is belangrijk voor de weerstand en de spijsvertering. Daarnaast speelt het een rol bij de vorming van rode bloedcellen. Vitamine B6 zorgt verder voor een goede werking van het zenuwstelsel.

Vitamine B12 = Cobalamine, zorgt samen met vitamine B6 en B11 voor de opname van ijzer door het lichaam en het is betrokken bij de vorming van de rode bloedcellen. Een tekort aan deze vitaminen kan lijden tot bloedarmoede. Deze drie vitaminen zorgen ook voor een goede werking van het zenuwstelsel en zijn betrokken bij het aminozuur metabolisme.

Vitamine C = Ascorbinezuur, draagt bij aan de opbouw van het skelet en de weerstand tegen ziekten

Vitamine D3 = Cholecalciferol, is belangrijk voor sterke botten reguleert de opname van calcium en fosfor en is dus belangrijk voor de groei van het geraamte. Vitamine D voorkomt vervorming van het gratenstelsel. 

Vitamine E = Tocoferol is noodzakelijk voor de vorming van de rode bloedcellen en voor opbouw, herstel en instandhouding van spier - en andere weefsels. Stimuleert tevens de vorming van de vruchtbaarheidshormonen. 

Vitamine K3 = Is een synthetische vorm die niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie. Onmisbaar voor synthese in de lever van trombinogeen en andere bloedstollingscomponenten .

Vitamine H = Biotine stimuleert de groei. 

Vocht = Het vochtgehalte wordt bepaald door het voer in een droogstoof bij een temperatuur van rond de 100C te verwarmen, tot een constant gewicht is verkregen. Het gewicht voor het drogen minus het gewicht na het drogen, geeft de hoeveelheid water (vocht) aan die het voer bevat.

Wheat Germ = Is het Engelse woord voor Tarwekiemen 

Witvismeel = Vismeel wordt verkregen door gedroogde haring en sardine te malen. Met een hoog eiwitgehalte van 72% is het een echte smaakmaker. Een eiwitrijk diervoedersupplement

Zeewierextract = Dat het immuunsysteem van vissen stimuleert en daarmee de afweer tegen infecties en ziekten versterkt.

Aminozuren Bevorderen het herstel van beschadigd weefsel (wonden), een goede groei en productie van eitjes en zaadjes. Er bestaan in totaal 20 aminozuren, waarvan er 13 van belang zijn voor de Koi. Een tekort aan proteïne verstoort de groei van de Koi. Het kan zelfs leiden tot vergroeiing van de ruggengraat.